Leven
Het leven is voorbij,
dat van jou, dat van mij.
Nu je er niet meer bent,
denk ik in me zelf, heb ik je wel goed gekend?
Je zei laatst: als ik er niet meer ben, ga dan verder met je leven
maar ik kan ons leven toch niet zomaar weggeven.
Ik wilde nog zoveel aan je vragen en dingen met je doen,
maar opeens was er een toen.
Het leven is voorbij,
dat van jou, dat van mij.